Groenmarkt Gemeenschap Haarlem

Overweging Pinksteren

Inleiding & Enkele gedachten bij de lezingen voor de elfde zondag door het jaar (A) – Gratis en voor niets: Over apostolaat en priesterschap van alle gelovigen

Inleiding
Pinksteren – het duurt voort, ook als we de liturgische kleur van rood naar groen is gegaan; het duurt voort zoals ook de menswording van Christus, zijn opstanding uit de dood en hemelvaart voortduurt. Pinksteren duurt voort: gelukkig maar. Want wij willen Lichaam van Christus zijn, zoals wij dat vorige week met sacramentsdag vierden. Herinneren we ons de woorden van Augustinus die Alison vorige week opduikelde: ‘Het Lichaam van Christus leeft alleen door de Geest van Christus.’
Vandaag zullen we stilstaan bij de woorden van de eerste lezing: ‘jullie zullen een koninkrijk van priesters zijn, een heilig volk’, en tevens bij het thema van het apostolaat waarover de evangelielezing van vandaag gaat.

Richten wij ons tot de Barmhartige. Want zoals de psalmist zegt [psalm 36]:

Hemelhoog is zijn liefde
tot in de wolken reikt zijn trouw.
Ook als ons hart, Heer, vaak ver weg van u is,
blind is voor het goede en kwade,
in het duister verkeert over wat goed is
Toch is Uw rechtvaardigheid een ontzaglijk gebergte
Uw rechtvaardigheid zo wijd als de oceaan.
Ja, bij u is de bron van het leven
Omdat U licht geeft,
zien wij licht.
Durven wij daarom bidden om Gods ontferming over ons.
Heer, die de rechtvaardigen bemint
en de verdrukten recht verschaft,
ontferm U over ons.
allen: (gezongen melodie Oosters-Orthodox/ Sant’Egidio) Heer ontferm u (3x)

Christus, die rondtrok
en alle ziekten en kwalen genas,
ontferm U over ons.
Allen (gezongen): Christus ontferm u (3x)

Heer, die de wil van de Vader hebt volbracht
en ons zijn geboden hebt gegeven
om ze trouw te volbrengen,
ontferm U over ons.
allen: Heer ontferm u (3x)

Almachtige God ontfermt u zich over ons,
Vergeef onze zonden
Geleid ons tot het eeuwig leven.
Amen.

Enkele gedachten bij de lezingen

In de eerste lezing horen wij: ‘jullie zullen een priesterlijk volk zijn, mijn heilig volk’. Dit is een van de bijbelse funderingen van wat ‘het priesterschap van alle gelovigen’ wordt genoemd, (ook wel het algemeen of gezamenlijk priesterschap). Dit algemeen priesterschap van alle gelovigen is omarmd door het Tweede Vaticaans Concilie.
In de kerkorde van de katholieke kerk – de Latijnse en de Oosters-Orthodoxe (en een groot deel van de protestantse) – wordt van dit algemeen priesterschap van elke gelovige onderscheiden het ambtelijk priesterschap dat gegeven wordt in het wijdingssacrament dat we in drie graden erkennen: bisschop – de toezichthouder – priester (ouderling) en de diaken.
Tijdens een lang biechtgesprek met mijn biechtvader in Rome, dat grotendeels een pastoraal gesprek was, bijna twee jaar geleden, vroeg hij mij, zonder dat ik meen daartoe aanleiding te hebben gegeven, of ik niet diaken zou willen worden. Ik schrok een beetje, en zei daarom dat in ons bisdom – net als in andere in Nederland –een leeftijdsgrens gesteld is van 55 jaar, dus dat ik niet in aanmerking zou komen. Ik schrok een beetje omdat eigenlijk in de loop van meer dan 40 jaar zich de gedachte aan het diakenambt mij bezighield. Ik voelde me betrapt, meer nog dan toen ik 45 jaar geleden, min of meer in het voorbijgaan, aan Alison de discussie noemde die zich toen in Vaticaanse kringen afspeelde over toelating van ‘beproefde gehuwde mannen’, viri probati, tot het priesterschap. Zij vroeg mij of ik daarvoor in aanmerking wilde komen. Toen antwoordde ik maar dat ik in mijn leven te grote zonden heb begaan om het priesterschap waardig te zijn. Overigens was er eerder een Oom Jos, die niet een echte oom was, maar de beste vriend van mijn vader, die toen het Ignatius college in Amsterdam gesloten was wegens de verplichte Arbeitseinsatz voor jonge mannen in Duitsland – met zijn naaste vriend Jos de zomer van 1944 tennissend doorbracht [met een zeker alarm systeem om te waarschuwen voor een eventuele razzia]. Deze oom Jos vroeg altijd aan het begin van latere bezoeken aan mijn vader en moeder toen is jong was, aan mijn vader of ik al roeping had. Maar mijn moeder wilde niet dat ik naar het gymnasium zou gaan, naar ik soms denk omdat ze niet wilde dat ik priester zou worden – dit in een tijd van polarisatie in de kerk waar mijn moeder zeer grote moeite had.
Nu, het priesterschap heb ik verder nooit hoeven overwegen omdat ook beproefde gehuwde mannen nog steeds niet in aanmerking komen voor het priesterschap in de Latijnse kerk (wel in de Griekse en andere oosters orthodoxe kerken). Met het diakonaat is het anders. Mij verdiepend in het diakonaat was dat in steeds sterkere mate een ambt dat mij aantrok. Vorig jaar heb ik, de woorden van mijn wijze Romeinse biechtvader [pater Tiemen] in gedachten, na eindeloze twijfel – je moet mentaal, en in geweten toch de nodige drempels over – en ondanks mijn veel te hoge leeftijd, toch om toelating gevraagd tot de diakenopleiding. Wel, die werd me, na overleg van de studiesecretaris met de rector van de opleiding, geweigerd. Het was wel toch een teleurstelling, hoezeer ik me had proberen tegen zo’n teleurstelling te wapenen. Maar dingen hebben zo hun eigen loop.
In de lezingen van vandaag vind ik een leermoment, voor mij dat ook gaat over de taak die wij allemaal als gelovigen hebben. In het evangelie van Matteüs lezen we hoe Jezus bij het zien van de menigte, bewogen werd door medelijden, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Nou, we kunnen niet zeggen dat als Jezus vandaag een blik zou werpen in de meeste katholieke kerken op de 11e zondag door het jaar een menigte zou zien. De meeste kerken zijn nogal leeg (voor zover ze al open zijn): de kerk is niet langer een massa-kerk. En herders zijn er ook maar weinig; zelfs voor zo’n kleine kudde zijn het er te weinig, waardoor niet alleen de kudde afgetobd blijft, maar ook menig priester – indien niet vanwege ouderdom, vaak overspannen vanwege het te grote beroep dat er op hen wordt gedaan en de te grote verwachtingen die gelovigen vaak van hen hebben, ook qua taken die niet aan clerici voorbehouden zijn – alsof de ambtsdragers de Kerk vormen.
‘De oogst is groter dan het aantal arbeiders.’ Wat doet Jezus als Hij vast de situatie in ogenschouw heeft genomen en heeft gesteld dat de oogst groter is dan het aantal arbeiders? Hij riep zijn 12 leerlingen bij zich, en gaf hun macht. Hij gaf hun macht, de macht om mensen naar ziel en lichaam te genezen. Zijn 12 leerlingen werden zo gemaakt tot 12 apostelen.
Het is de katholieke opvatting dat de bisschoppen door middel van de handoplegging in rechtstreekse lijn opvolgers zijn van de apostelen – één lange lijn van nu terug naar de tijden van de apostelen.
Maar dit betekent uiteraard niet dat de apostolische boodschap die zij hebben te verkondigen, voorbehouden is aan de opvolgers in het gewijde apostelsambt. Hun zending is het verkondigen van een boodschap in woord en daad van het komende heil aan elke gelovige. Zij zijn wel de eerst aangewezenen om de boodschap in woord en daad uit te dragen, maar mogen nooit de enige zijn. Immers de boodschap zelf strekt zich tot iedereen en eenieder uit. Die helende, genezende boodschap verkondigen in woord en daad kan daarom niet voorbehouden blijven aan ambtsdragers alleen. Er is ook zoiets als het lekenapostolaat, het apostolaat dat zijn grondslag heeft in het algemeen priesterschap van alle gelovigen.
Dat is precies waar Vaticanum II veel nadruk op legde: ook de gewone leken hebben op grond van hun doopsel en vormsel de apostolische taak God te eren, om mee te werken aan het heiliging van de wereld, om God en medemens te dienen, in ons dagelijkse leven, in ons werk, om ons heen; vooreerst dichtbij in ons eigen leven, onze eigen levenswereld, in onze eigen gemeenschap. [LG 30-38] Dit is onze opdracht op grond van ons doopsel en vormsel:

Breng geestelijke heling, zoals Jezus ons heelde.
Breng heil, zoals Jezus ons heil bracht.
Niet omdat we het verdienden.
Niet als een ‘voor wat hoort wat’ (quid pro quo), maar gratis en voor niets.
Geheel om niet hebben wij de boodschap van het heil van Jezus ontvangen,
geheel om niet maakte hij ons vrij uit onze duisternis,
geheel om niet opende hij voor ons de hemelpoort.
Geheel om niet, ook, kunnen wij het licht brengen, omdat hij ons licht bracht – Hij bron van het leven, Hij bron van ons leven. [Ps 36,10] Amen

Kom, heilige Geest,
Werk in het Lichaam van Christus,
Vervul de harten van ons gelovigen
Ontsteek in ons het vuur van uw liefde.
Zend uw Geest uit en alles zal herschapen worden.
– En U zult het aanschijn van de aarde vernieuwen.